- lekker
- {{lekker}}{{/term}}1 [algemeen] 〈bijvoeglijk naamwoord〉 bon/bonne; 〈bijwoord〉 bien2 [prettige indruk makend] 〈bijvoeglijk naamwoord〉 appétissant♦voorbeelden:1 een lekker bad • un bon bainlekkere trek hebben • avoir envie de qc. de bonlekker weer • un temps agréablelekker warm • bien chaudhet is lekker warm hier • il fait bon icilekker eten • bien mangerde auto loopt lekker • la voiture marche bienlekker ruiken • sentir bonlekker vinden • aimerik voel mij niet erg lekker • je ne me sens pas très bienik zit hier lekker • je suis bien icidat zit hem niet lekker • cela le tracasseik zit niet lekker • je suis mal (assis)iets lekkers • quelque chose de bon2 een lekkere dikkerd • un bon gros, une petite boulotteeen lekkere meid • un beau brin de fille¶ een lekkere jongen • c'est un drôle de coco〈figuurlijk〉 je bent niet lekker • tu es cingléik dank je lekker! • merci bien!ik doe het lekker toch niet! • je ne le ferai pas, na!hij is er lekker ingelopen • il s'est fait avoir, bien fait pour luiiemand lekker maken • allécher qn.〈ironisch〉 voel je je wel lekker? • ça va pas la tête?lekker mis! • raté, bien fait!
Deens-Russisch woordenboek. 2015.